<
>

Analyse: Het bizar lage aantal tegentreffers bij Ajax

ANP

Na de ‘dopingaffaire’ en bijbehorende schorsing van André Onana waren de keepers bij Ajax lange tijd onderwerp van gesprek. Toch vulde Maarten Stekelenburg tussentijds de vacante positie goed in, wat hem een basisplaats op het EK opleverde. Sinds de komst van Remko Pasveer naar Amsterdam deze zomer blijkt Onana overbodig. De fans hebben de 38-jarige sluitpost in hun armen gesloten, want Ajax staat na twaalf speelronden op slechts twee tegendoelpunten in de competitie.

In het seizoen 20/21 eindigde Pasveer als doelman van Vitesse bovenaan het ‘clean sheet’-klassement. In 33 wedstrijden hield hij twaalf keer de nul. Een prestatie die nu al voor driekwart is geëvenaard. Dit seizoen begon Stekelenburg onder de lat, maar na zijn blessure nam de andere routinier de honneurs waar. In slechts één van zijn negen Eredivisiewedstrijden incasseerde Pasveer een treffer.

Verdienen Pasveer en zijn verdediging de credits of is er een andere oorzaak? Aan de hand van de statistieken van Opta wordt het opvallend lage aantal tegendoelpunten van Ajax verklaard.

‘De verdediging begint in de aanval’

Iedere (amateur)voetballer herkent deze kreet van de trainer langs de lijn. De opdracht is duidelijk: ‘Verover de bal zo vroeg mogelijk, het liefst op de helft van de tegenstander, zodat ze niet in de buurt van onze goal kunnen komen’. Het is de basis van de succesvolle strategie die Erik ten Hag erin geslepen heeft.

Als het veld in drie gelijke delen wordt opgedeeld, is het eerste deel rondom de eigen zestienmeter, het tweede rondom de middenlijn en laatste rond het strafschopgebied van de tegenstander. Ajax is dit seizoen koploper wat betreft het aantal balveroveringen rondom de middenlijn én het vijandelijke stafschopgebied. Hierdoor lukt het ze om tegenstanders ver van hun eigen goal te houden, wat bijdraagt aan het lage aantal tegendoelpunten. Dat bevestigt de ó zo bekende en veelgebruikte kreet.

Wat overblijft, is een analyse op het laatste deel van het veld rondom hun eigen zestienmeter. Opvallend is dat Ajax daar -op twee teams na (FC Utrecht en Feyenoord)- het minst aantal balveroveringen doet. Dat houdt dus in dat als tegenstanders erin slagen om op ongeveer 30 meter van het Amsterdamse doel te komen, er kansen liggen. De rol van Pasveer wordt daarbij logischerwijs groter.

‘Amsterdamse muur’

Ajax kreeg tot nu toe 99 schoten tegen. Daarvan leverden de gevaarlijkste 84, op basis van hun ‘expected goals’-waarde, geen enkel doelpunt op. Noah Fadiga (Heracles), Mimoun Mahi (FC Utrecht), Carlos Vínicius (PSV), Anthony Musaba en Sven van Beek (beiden sc Heerenveen) hadden op basis van die waardes de grootste kans om te scoren, maar deden dat niet.

Mede daardoor heeft Pasveer het hoogste reddingspercentage (96,4 procent) in de Eredivisie. Volgens de statistieken zou hij al vier ‘zekere’ tegengoals voorkomen hebben. In het rijtje van het hoogste percentage reddingen volgt Stekelenburg als nummer twee met 80 procent. Dat scherpt de bizarre verdedigende cijfers van Ajax nog wat aan en mag je spreken van een spreekwoordelijke Amsterdamse muur, waartegen de resterende Eredivisieploegen de eerste twaalf speelronden moesten opboksen.

‘Zijn de aanvallers van de tegenpartij zo onmachtig of is de verdediging écht superieur?’

Sommige teams graven zich tegen Ajax diep in op eigen helft. Dát en het solide verdedigingswerk van de Amsterdammers hebben ertoe geleid dat Pasveer in drie duels geen enkele redding hoefde te verrichten.

‘Hoe goed de tegenstander ook is, je krijgt altijd een kans’, blijkt in de praktijk dus niet altijd waar. Die drie duels zijn wel uitzondering op de regel. Gemiddeld gezien kwamen de tegenstanders van Ajax tot acht schoten per wedstrijd, waarvan drie op doel. Van de acht schoten die werden gelost, zijn er vijf van binnen de zestienmeter en drie daarbuiten.

De enige tegentreffers die Ajax te verwerken kreeg, waren van buiten het strafschopgebied. Markant feitje: beide spelers zijn geen aanvallers, maar verdedigers. Robin Pröpper (FC Twente) maakte een late gelijkmaker met een afstandsschot, terwijl Django Warmerdam (FC Utrecht) met zijn knal nét buiten de zestienmeter de drie punten binnensleepte. Op basis van de ‘expected goal’-waarde hadden deze pogingen een zeer kleine kans van slagen. De kans daarvan moet worden afgerond op drie decimalen achter de komma, om aan te tonen hoe klein die waardes zijn.

Het is te kort door de bocht om te stellen dat het aan de beperkte kwaliteiten van de ‘vijandelijke’ aanvallers ligt. Wel mag geconcludeerd worden dat Pasveer met zijn defensie, volgens de statistieken, bijna niet te passeren is dit Eredivisieseizoen. Hij kan een poging wagen om het record van Piet Schrijvers (FC Twente: ’71/’72) en Heinz Stuy (Ajax: ‘72/’73) uit de boeken te keepen. Zij hielden allebei 22 keer de nul in een Eredivisieseizoen. Als Pasveer de ingezette lijn met 0,89 clean sheets per 90 minuten kan voortzetten, houdt Ajax in de komende 21 wedstrijden nóg 18 keer de nul en krijgt de Eredivisie een nieuwe recordhouder.