<
>

Van Hooijdonk overal de beste afmaker: "Maar er komt veel meer bij kijken"

In Spelinzicht geven Eredivisie-voetballers aan de hand van beelden en statistieken inzicht in hun eigen spel. In de tweede aflevering: Sydney van Hooijdonk.

Carl Hoefkens wist hem te verleiden tot een terugkeer naar NAC Breda en in het Rat Verlegh Stadion werkt Sydney van Hooijdonk nu toe naar zijn topvorm van weleer. De 24-jarige spits neemt ons mee in zijn spel en ontwikkeling. “Ik heb mijn traptechniek te weinig laten zien.”

Na een lange trainingsdag neemt Van Hooijdonk plaats in de kleedkamer van NAC. Zijn tweede thuis, zeker na de mindere buitenlandse periodes bij Bologna, Norwich City en Cesena. Het maakte het verlangen om afgelopen transferperiode terug te keren naar Breda des te groter. “Ik wilde het plezier terugvinden en elke dag met een glimlach op mijn gezicht naar de club gaan.”

Een uitgebreid gesprek met Hoefkens gaf Van Hooijdonk het laatste zetje om terug te keren bij de club waar hij werd opgeleid. “Hoefkens legde heel goed uit hoe hij mij ziet. Hij heeft zo’n beetje alle beelden die er van mij zijn teruggekeken. Hij legde heel goed uit hoe hij vond dat ik het beste gebruikt kan worden en daar kon ik mij heel goed in vinden.”

Hoefkens overtuigde Van Hooijdonk definitief door een mooi detail in diens spel op te merken. “Hij analyseerde dat ik beter in de wedstrijd kom als ik in de openingsfase al veel de bal raak. Dat iemand zich zó erg verdiept en dat soort dingen opmerkt, gaf mij veel vertrouwen.”

Kansen tegen Boscagli

Na een invalbeurt tegen sc Heerenveen is Van Hooijdonk sindsdien basisspeler bij NAC Breda. De afgelopen weken maakte hij al meer minuten dan hij in de voorgaande anderhalf jaar voor achtereenvolgens Bologna, Norwich City en Cesena in totaal deed. Van alle Eredivisie-wedstrijden die Van Hooijdonk sinds zijn terugkeer bij NAC speelde, had hij tegen PSV de meeste balcontacten. “Dat verbaast me eigenlijk niet”, reageert de 24-jarige spits. “Ik kwam bewust de hele tijd één-op-één uit tegen Olivier Boscagli. Daardoor werd ik vaker gezocht.”

Van Hooijdonk legt uit dat hij veel kansen voor zichzelf zag in het Philips Stadion, waar NAC twee weken geleden nipt verloor van PSV. “Wij spelen met twee spitsen en het wisselt eigenlijk continu door wie links en rechts staat”, verwijst Van Hooijdonk naar zijn samenwerking met aanvalspartner Elias Ómarsson. “Dat maakt mij oprecht ook niet uit, maar tegen PSV had ik aan het begin van de week al het idee dat ik vaker bij Boscagli zou moeten staan. Toen we tactisch gingen trainen, kwam de trainer daar ook mee. We hadden dus hetzelfde idee.”

“We speelden veel de lange bal”, legt Van Hooijdonk uit. “Voor mij is er meer te halen tegen Boscagli dan tegen Ryan Flamingo. In duels is Flamingo sterker, daar ligt meer zijn kracht dan bij Boscagli. In het wedstrijdplan hielden we daar rekening mee.” Mede doordat een doelpunt van Van Hooijdonk werd afgekeurd verloor NAC op bezoek bij PSV met 3-2.

Waar Van Hooijdonk kansen zag tegen Boscagli had hij in het verleden meer moeite in de duels met oud-Ajacied Jurriën Timber. “In de Onder 19, met Jong en ook in het eerste speelde ik tegen hem”, vertelt Van Hooijdonk over de huidige Arsenal-verdediger. “Dat vond ik altijd heel vervelend. Het eerste duel kwam hij dan vaak vol in mijn rug, maar bij het tweede duel probeerde ik dan te voelen en dan liet hij me opeens twee meter los. Die afwisseling, dat ik niet weet of hij in mijn rug zit of juist ruimte geeft, vind ik heel vervelend bij verdedigers.”

Door variatie in zijn loopacties probeert Van Hooijdonk los te komen van zijn bewakers. “De tempowisseling en variatie in mijn loopactie is heel belangrijk, maar ook de afstemming met mijn buitenspelers. Het gebeurt heel vaak dat ik mijn loopactie maak en een buitenspeler een bal panklaar heeft liggen om voor te geven, maar dat hij dan kiest voor nog een extra kap. Dan ben ik gezien en heb ik geen kans meer. Vanuit stilstand ga ik nooit scoren. Daarom probeer ik lang te wachten en op het juiste moment op snelheid aan te komen.”

Iets lager op het veld loert Van Hooijdonk ook op de juiste momenten om als aanspeelpunt van waarde te worden voor NAC. “Met name Jan Van den Bergh wil de bal door de linies spelen”, legt de spits uit. “Wij doen dat meer vanuit hem dan vanuit Leo Greiml. Ik probeer altijd te zoeken naar een moment om oogcontact te maken en vrij te komen. Daarna hou ik ervan om één keer te raken en het spel te versnellen.”

Zulke spelelementen evalueert Sydney vaak met zijn vader, voormalig Oranje-international Pierre. “We praten heel veel over wedstrijdmomenten. Hij schrijft vaak een paar momentjes op en dan gaan we daar samen naar kijken. Dat gaat niet om een verkeerde kaats of een verloren duel, maar echt om details. Bijvoorbeeld over mijn positiekiezen voor het doel en de loopacties die ik daarbij maak.”

Van Hooijdonk ziet het klankborden met zijn vader als groot voordeel, terwijl hij ook vermoedt dat zijn uitstekende traptechniek deels het gevolg is van zijn voetbalgenen. “Een gedeelte zal sowieso aangeboren talent zijn, maar ik heb ook zó veel geschoten met mijn rechterbeen.”

“Ik vind dat ik het in het betaald voetbal nog veel te weinig heb laten zien”, is Van Hooijdonk zelfkritisch. “Iedereen zegt wel dat ik een goede trap heb, maar als mensen mij op trainingen zouden zien afronden, dan zullen ze mijn échte kwaliteit zien. In wedstrijden kom je niet vaak in de situatie dat je net buiten het strafschopgebied kunt schieten.”

De spits van NAC Breda is vastberaden om zijn traptechniek meer aan de buitenwereld te tonen. “Er komt veel meer bij kijken dan alleen een goede trap, maar ik weet dat ik bij Bologna, Norwich City en zelfs Jong Oranje de beste in afronden ben geweest.”

Verbeterpunten en ambities

Bij NAC, waar Van Hooijdonk een contract voor anderhalf jaar heeft getekend, wil hij toegroeien naar het niveau dat hij bij sc Heerenveen haalde. In Friesland maakte Van Hooijdonk 26 doelpunten in 54 wedstrijden. “Uiteindelijk wil ik hier natuurlijk ook weer veel goals gaan maken, maar dat zie ik meer als iets voor volgend jaar”, onthult de NAC-spits.

“Ik ben gekomen om met NAC in de Eredivisie te blijven en voor dat doel kan ik mezelf ook deels wegcijferen”, vervolgt Van Hooijdonk. De komende maanden gebruikt hij om fitter en beter te worden, waarna hij in het nieuwe seizoen de vruchten van zijn ontwikkeling wil plukken. “Alle aspecten in mijn spel zijn voor verbetering vatbaar. Mijn loopacties, sterker worden als aanspeelpunt, maar ook koppen… Ik kan wel oké koppen, maar voor iemand met mijn lengte (1,90 meter, red.) moet ik daar beter zijn. Ik kijk veel naar Luuk de Jong en probeer op dit vlak van zijn techniek te leren.”

Met NAC als springplank hoopt Van Hooijdonk uiteindelijk zijn plafond te bereiken. “Waar mijn plafond dan ligt? Ik denk dat dit best wel hoog kan zijn. Ik moet zorgen dat ik mijn plafond bereik, maar dat gebeurt bij spelers niet vaak.”

“Het gebeurt juist vaker niet”, is Van Hooijdonk realistisch. “Als spits ben je sowieso pas rond je dertigste op je top, denk ik. Er komt veel bij kijken. Op het juiste moment moet je de juiste trainer hebben, maar dan nog moet het mee zitten als je iets wil bereiken. In het voetbal kunnen specifieke momenten heel bepalend zijn. Een bal binnenkant of buitenkant paal maakt een wereld van verschil.”

Deze week is Sydney van Hooijdonk te gast in Spelinzicht. De hele aflevering met Van Hooijdonk, waarin hij meer vertelt over het spelen tegen Boscagli, zijn uitzonderlijke traptechniek en de hulp van zijn vader, is hier te zien op de ESPN-kanalen.

Eerdere afleveringen: