Real Madrid weer eens in kwartfinale na zege op Atalanta

Karim Benzema
Karim Benzema
Pro Shots

Real Madrid heeft voor het eerst sinds 2018 de kwartfinale van de Champions League bereikt. De Spaanse landskampioen won in eigen huis met 3-1 van Atalanta, nadat er twee weken eerder al met 1-0 was gewonnen in het Italiaanse Bergamo.

De Madrilenen kwamen in de eerste helft op voorsprong dankzij een blunder van doelman Marco Sportiello. Die schoot de bal in de voeten van Luka Modric, die snel afspeelde op Karim Benzema. De Fransman tikte simpel binnen. In de tweede helft schoot Sergio Ramos de thuisploeg naar een comfortabele 2-0 uit een strafschop, nadat Vinicius bij een uitbraak was gevloerd. Na de 2-1 van Luis Muriel zorgde invaller Marco Asensio voor de eindstand.

Marten de Roon speelde de hele wedstrijd bij Atalanta. Sam Lammers bleef bij de Italianen op de bank.

De Madrilenen werden in de afgelopen twee edities van de Champions League in de achtste finale uitgeschakeld door respectievelijk Ajax en Manchester City. Daarvoor had Real sinds 2011 altijd minimaal de halve finale gehaald en Europa's belangrijkste clubtoernooi zelfs vier keer gewonnen.

Atalanta moest aanvallen, na de winst van Real Madrid in Bergamo. Toen bezorgde Ferland Mendy de Spanjaarden met een late treffer de zege. In Madrid kreeg Atalanta de eerste kans, maar was de inzet van Robin Gosens niet hard genoeg. Aan de andere kant was Vinícius Júnior dichtbij het openingsdoelpunt. Dankzij de fout van Sportiello en de intikker van Benzema, zijn zeventigste treffer in de Champions League, ging Real alsnog met voorsprong de rust in.

Vinícius kon Real al snel in de tweede helft op 2-0 brengen, maar tikte naast. Een volgende uitbraak van de Braziliaan werd door Rafael Tolói op de rand van het strafschopgebied gestopt, waarop scheidsrechter Danny Makkelie naar de stip wees. Ramos faalde niet. Muriel maakte uit een vrije trap nog de 2-1, maar Asensio bracht de veilige marge voor Real meteen weer terug.

Manchester City - Borussia Mönchengladbach 2-0

Manchester City heeft Borussia Mönchengladbach nog maar eens aan de kant geschoven. In de Puskás Aréna van Boedapest werd het 2-0 voor de formatie van trainer Pep Guardiola, die het eerste duel ook al met 2-0 had gewonnen. De wedstrijd werd vanwege allerlei maatregelen rond het coronavirus niet in Manchester, maar in de Hongaarse hoofdstad gespeeld.

Al in de openingsfase liet de koploper van de Premier League er geen twijfel over bestaan wie de wedstrijd bepaalde. De Belg Kevin De Bruyne maakte al na 12 minuten 1-0, 6 minuten later vergrootte de Duitser Ilkay Gündogan de marge.

Borussia Mönchengladbach bakt er niets meer van sinds trainer Marco Rose vorige maand liet weten naar Borussia Dortmund te vertrekken. Voorafgaand aan het tweede duel met Manchester City werden al zes wedstrijden op rij verloren.

Nathan Aké maakte weer eens deel uit van de wedstrijdselectie van Manchester City. De Nederlandse verdediger, die er door een blessure sinds december niet meer bij was, bleef op de bank.