<
>

Waarom profclubs vaker voor talenten uit januari kiezen dan uit december

Elk kind droomt. De één van een bestaan als superman, de ander van dat van profvoetballer. Ieder kind heeft het recht om zijn of haar droom uit te laten komen, maar de kans om dat als professioneel voetballer te realiseren wordt kleiner naarmate iemand later in het jaar geboren is. Onrecht, als uitkomst van het geboortemaandeffect. Een longread over waarom het er is, waarom een oplossing voorlopig achterwege blijft en hoe profclubs proberen hiermee om te gaan.

Niemand minder dan de Hollandse voetbalvader der voetbalvaders blijft de grootste voorstander van investeringen in de jeugdopleiding. ‘De jeugd is de basis een voetbalclub’, was getekend Johan Cruijff. Zijn nalatenschap ontwikkelt zich in het vaderlandse jeugdvoetbal elke dag volgens verschillende handvatten die de iconische nummer veertien achterliet. Bij veel clubs volgde de afgelopen jaren een individuele aanpak voor jeugdspelers in opleidingen van Nederlandse betaaldvoetbalorganisaties. Daarvan plukten ze de vruchten door in een financieel ellendige coronastorm uit noodzaak de koers van het jeugdspelers invoegen te varen.

"De kans dat je op deze manier potentiële topspelers mist, is daarom zeer aanwezig" Jan Verbeek, onderzoeker KNVB

Iedereen tevreden, zou je denken. Behalve voetballers uit die leeftijdscategorie die klaarblijkelijk minder kansen hebben gekregen, simpelweg vanwege het feit dat ze later in het jaar geboren zijn. De uitkomst: er debuteerden in Nederland de afgelopen drie jaar 68 profvoetballers uit januari om 28 uit december. 170 voetballers kwamen uit de eerste drie maanden van het jaar om 98 uit de laatste drie maanden van het jaar en 293 uit het eerste halfjaar om 199 uit het tweede halfjaar. Over 10 jaar gekeken, zijn die verschillen alleen maar groter.

Debutanten Nederlands betaald voetbal afgelopen 10 jaar

Zij die bekend zijn met het fenomeen schrikken niet van die cijfers, het geboortemaandeffect wijst zich namelijk opnieuw en opnieuw uit. Om de zoveel tijd schrijven nieuwssites, vakbladen en kranten over het effect. Een groot punt op de voetbalagenda werd het desondanks nooit. Het is ook geen zinnenprikkelend onderwerp waarmee je jezelf kroont tot de absolute gangmaker van een geslaagd verjaardagsfeest.

Maar opmerkelijk blijft het wel dat er zoveel spelers uit de eerste maanden van het jaar het schoppen tot profvoetballer, terwijl er nooit een onderzoek heeft uitgewezen dat voetballers uit die periode daadwerkelijk over meer talent beschikken dan laatgeborenen. Voor kinderen uit december met ambities om het tot het profvoetbal te schoppen, is het daarom pijnlijk om te zien dat voor hen minder kansen in het verschiet liggen. Kunnen zij er wat aan doen dat ze op hun specifieke datum geboren zijn? Nee.

Hoe het ontstaat
Die geslonken kansen dienen zich al aan vanaf het eerste selectiepunt van een amateurvereniging. “Bij de jongste elftallen is het vaak makkelijk om te zien wie de beste voetballers zijn”, zegt Bastiaan Riemersma, hoofd opleidingen van Willem II. “De grootste speler, de sterkste speler. Verstand van voetbal of niet. Iedereen pikt die er zo uit.”

Om gelijk te lopen met de rest van de wereld stelde de KNVB in 1999 de peildatum in op 1 januari. Wat betekent dat iemand van de eerste dag van het jaar in dezelfde leeftijdscategorie valt als een persoon die op Oudejaarsdag is geboren. Een simpele rekensom telt dan een voorsprong van 364 dagen. Voorbeeld: Xavier Mbuyamba, in 2018 de op één na jongste debutant ooit bij MVV, zag het levenslicht op 31 december 2001 en moest het zijn hele loopbaan opnemen tegen spelers die bijna twaalf maanden langer vlieguren hebben gemaakt.

In het geval van Mbuyamba (inmiddels via de jeugd van Barcelona vertrokken naar Chelsea) hoeft dat niet te betekenen dat zijn kans op een bestaan als profvoetballer er niet is. De kans is alleen wel aanmerkelijk kleiner dan wanneer hij bijvoorbeeld 24 uur later was geboren. Bij de jongste leeftijdscategorie - kinderen mogen vanaf hun vierde op voetbal - dienen zich in het geval van Mbuyamba namelijk verschillen in levenservaring aan van 20 procent. Dat percentage verkleint gedurende de jaren, maar de voorsprong van een januarikind blijft in de jeugd aanwezig.

Selectiebeleid amateurverenigingen
Consequenties daarvan zijn dat amateurverenigingen al vanaf de ‘kabouters’ vaker de keuze maken om een kind in de selectieteams te zetten dat in januari is geboren dan een kind met een geboortekaartje van december. Want: groter, sterker, meer trainingsuren in de benen en dus ‘beter’. Dat er van een kind van zeven jaar nauwelijks valt te zeggen hoe goed hij of zij uiteindelijk wordt, doet er op dat moment niet toe. Het blijft een momentopname en de ‘beste’ spelers moeten het hoogst spelende jeugdelftal vertegenwoordigen.

Cijfers in procenten in selectieteams amateurclubs per kwartaal. Bron: KNVB

Het is alsof je van een appelboom voor de massa de grote appels plukt, terwijl je geen idee hebt of de kleinere appels smaakvoller zijn. “En als betaaldvoetbalclubs scouten, was dat bijna altijd bij de selectieteams van amateurteams”, vertelt Ruben Jongkind, directeur opleidingen en samenwerkingen bij FC Volendam. Het is ook geen onlogische gedachte om te denken dat in de hoogst spelende teams de beste voetballers van de vereniging moeten zitten.

"Als je in de Onder 7 leeftijd op groot en sterk selecteert om op korte termijn wedstrijden te winnen dan heb je in onze ogen verkeerd geselecteerd" Paul Brandenburg, hoofd opleidingen AZ

Uit een vijver van vroeggeborenen vissen levert vervolgens een nieuwe en betere selectie van vroeggeborenen op. Benjamin Sietsma, technisch manager van Be Quick 1887 - een van de grootste amateurverenigingen van Nederland -, monitorde de afgelopen jaren meer dan 100.000 jeugdspelers in Nederland. Op basis van leeftijdscategorie, geboortemaand en de klasse waarop de speler uitkwam. “Hoe hoger een team speelt, hoe meer spelers uit de eerste maanden van het jaar ik tegenkom”, aldus Sietsma. “In beginsel al bij de selectieteams van amateurploegen en dat explodeert vervolgens in opleidingen van clubs uit het betaald voetbal.”

Aantal spelers in jeugdopleidingen Nederlandse bvo’s van 1992 tot 2010. Bron: KNVB

Zo geschiedde het dat volgens een telling van de KNVB van de talenten die tussen 1992 en 2010 geboren zijn - en onderdeel uitmaakten van een bvo - 40 procent in januari, februari of maart geboren is. Het eerste kwart van het jaar is dus goed voor bijna de helft van de vulling van de opleidingen van betaaldvoetbalclubs. En ook bij amateurteams is een liniaal schuin te trekken om zo bij het selectie-elftal Onder 8-1 vroeggeborenen terug te zien en bijvoorbeeld bij de onder 8-9 laatgeboreren.

Voorkeursbehandeling
Aloys Wijnker, manager topvoetbal jeugd bij de KNVB, benadrukt dat kinderen zelf vooral bezig moeten zijn moet voetbal en plezier maken. “Het blijft heel gecompliceerd wie er succesvol gaat zijn. Complexe materie. De KNVB is in ieder geval bezig om alle kinderen gelijkere kansen te bieden. Dan bedoelen we gekwalificeerde trainers voor de groep, gediplomeerde mensen binnen de vereniging en wedstrijdaanbod op gelijk niveau. En dat je niet te vroeg zegt, die kinderen krijgen een bepaalde voorkeursbehandeling.”

De tendens is nu in principe vrijwel overal nog dat er bij een selectieteam betere trainers zitten in vergelijking tot een lager spelende ploeg. Betere training, hoger niveau in wedstrijden en zo meer kansen voor vroeggeboren spelers om zich te ontwikkelen tot hun maximale niveau. “De kans dat je op deze manier potentiële topspelers mist, is daarom zeer aanwezig”, vindt Jan Verbeek, onderzoeker bij de KNVB.

Debutanten afgelopen 10 jaar verdeeld over kwartalen

De meeste kinderen in Nederland zien het levenslicht in de periode tussen juli en oktober. In de eerste maanden is dat juist minder het geval. “En dan stel je de vraag: Zijn kinderen uit het eerste jaar dan beter”, vervolgt Wijnker. “Dan zegt iedereen natuurlijk nee. Doordat je meerdere spelers uit het eerste kwartaal haalt, mis je dus andere spelers. Als individuele club moet je dan ook te rade gaan ‘hoe komt dat?’ Je mist andere talenten, die zitten niet in de opleiding. Dat is dus een gemiste kans.”

Paul Brandenburg, hoofd opleidingen van AZ, wijst clubs op de keuze in hun selectie. “Als je selecteert kan dat, maar dan moet je wel weten waarop je selecteert. Als je in de Onder 7 leeftijd op groot en sterk selecteert om op korte termijn wedstrijden te winnen dan heb je in onze ogen verkeerd geselecteerd. Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap richting de amateurwereld. Dat je die Onder 7-1 met een gediplomeerde trainer drie keer in de week laat trainen en de Onder 7-4 waarbij de ‘kleintjes’ zijn met een goedwillende vader één keer in de week. Dan hoef ik je niet te vertellen dat het gat in trainingsuren enorm wordt.”

De oplossing is niet simpel
Nu zijn we er als mensheid in geslaagd om aardig wat vraagstukken op te lossen. Van rondjes om Mars tot het perfecte biertje tot openhartoperaties. Maar een oplossing voor het geboortemaandeffect is er simpelweg nog niet. Zelfs niet terwijl het fenomeen al decennia bekend is. Niet alleen in andere sporten is dat het geval, ook in het onderwijs is het effect terug te herleiden. Verbeek, die al jaren onderzoek doet naar het effect, en andere onderzoekers experimenteren de afgelopen jaren met mogelijke reddingsmiddelen.

De onderzoeker voerde met de KNVB de eerste test ooit uit om het geboortemaandeffect in de praktijk tegen te gaan. “We hebben bij FC Weesp een proef gedaan met elftallen met een gemiddelde leeftijd”, legt Verbeek uit. “De leeftijd in een onder 13 ploeg moest dan bijvoorbeeld 12,6 jaar gemiddeld zijn. Voor elk kind uit januari ook een uit december. Voor iemand uit maart een speler uit oktober. De resultaten waren veelbelovend, maar door corona kon dat seizoen bij de amateurs niet worden afgemaakt.”

"Er is 0,5 procent van de voetballers zo getalenteerd, dat zij er altijd wel komen. De echte buitencategorie. De Ryan Gravenberchs en Mohamed Ihattarens van deze wereld" Bastiaan Riemersma, hoofd opleidingen Willem II

Jorg van der Breggen, hoofd voetbalontwikkeling bij de KNVB, wil er met de bond voor zorgen dat het jeugdvoetbal geen ongelijke kansen kalenderloterij wordt. “Ieder kind zou de mogelijkheid moeten krijgen om zijn of haar potentiële top te kunnen halen, ongeacht geboortedatum. De vraag is natuurlijk of er daadwerkelijk andere talenten boven komen drijven als we een oplossing vinden. Of we dan meer laatrijpers scouten, zoals Calvin Stengs (18 december). Een Zweedse collega van me noemde ‘het talent is de begraafplaats voor bewijs’. Omdat we sterk geneigd zijn te kijken naar de zeer kleine groep overlevers, die er in ieder systeem zullen zijn. Dit maakt het per definitie nog niet een goed systeem. Mede ook gegeven door de ongelijkheid die het geboortemaandeffect heeft, is het juist ook van belang te kijken waar alle niet of nooit geselecteerden en afgevallen spelers zijn gebleven.”

De echte buitencategorie
Willem II’er Riemersma deelt die bevinding. “Er is 0,5 procent van de voetballers zo getalenteerd, dat zij er altijd wel komen. De echte buitencategorie. De Ryan Gravenberchs en Mohamed Ihattarens van deze wereld, waarvan iedereen ziet dat ze - ook op jonge leeftijd - waanzinnig goed kunnen voetballen. Bij de absolute top van de wereld zal je daarom ook geen geboortemaandeffect tegenkomen.”

Genomineerden Ballon d’Or 2011-2022 (in 2020 was er geen uitreiking) per geboortemaand

Op basis van de laatste tien Ballon d’Or nominaties (na een mondiale sorry aan Robert Lewandowski in 2020, toen er door corona geen genomineerden en dus geen winnaar was) klopt dat. Niet januari, maar mei levert de meeste genomineerden voor de Gouden Bal op: 18. Het verschil tussen januari (10) en december (9) is vrijwel nihil. Binnen de crème de la crème van de topsport is van een geboortemaandeffect dus nauwelijks sprake. Tekenend dat bij de laag daaronder het effect groter zichtbaar moet zijn als je kijkt naar de gemiddelde profvoetballer in de Nederlandse Eredivisie of Keuken Kampioen Divisie. Zij die het niveau van het absolute wereldtoneel niet aan zullen tikken.

Voor de hoofd opleidingen van Willem II een van de redenen om het roer totaal om te gooien. “Iedereen zoekt die buitencategorie spelers”, zegt Riemersma. “Dan weet je dat de rijkere clubs de meeste kans hebben op die spelers. Wat je zag was dat scouts bij Willem II komen om die spelers op te halen, omdat je voor hun twaalfde geen opleidingsvergoeding hoeft te betalen. We waren daardoor eigenlijk een soort talentenvijver voor de grotere clubs.”

"De Onder 8, 9 en 10, daar geloven we niet in" Paul Brandenburg, hoofd opleidingen AZ

Met die kennis en een poging iets te veranderen in de voetballerij was een van de eerste ingrepen die Riemersma bij zijn aanstelling in 2017 deed meteen ingrijpend. “We zijn in 2017 gestopt met scouten, omdat er anders niets zou veranderen. Er zit onder de categorie topspelers een veel grotere groep. Dat is een groep waarvan je hun potentieel eigenlijk niet kan voorspellen, omdat ze tussenstappen nodig hebben. Het is niet te zeggen waar hun plafond ligt. We richten ons dus niet op de toplaag, die we toch niet kunnen behouden, maar die groep daaronder.”

Geen jongste jeugdteams
Ook bij AZ zijn ze een andere weg ingeslagen om talenten zo min mogelijk te missen. Mede daarom is ervoor gekozen om geen jongste jeugdteams te hebben. “De Onder 8, 9 en 10, daar geloven we niet in”, zegt Brandenburg. “In plaats daarvan hebben we een voetbalschool waarin we 150 kinderen een jaar tot twee jaar lang elke week één dag trainen en beïnvloeden.” Bij AZ beschikken ze van die kinderen daardoor over geboortedatum, biologische leeftijd en andere eigenschappen die meespelen bij talentherkenning. Op basis van die gegevens kan vervolgens een goede inschatting worden gemaakt of iemand voldoet aan de jeugdopleiding en wordt een Onder 11 gevormd. “Daar zitten altijd jongens bij die in de laatste maanden van het jaar zijn geboren.”

Op een andere manier scouten, kan voor betaaldvoetbalclubs een oplossing zijn. Brandenburg: “Bijvoorbeeld bij een Onder 7 bij een amateurvereniging waar geselecteerd wordt. In je scouting is het misschien wel heel waardevol om van zo’n club de Onder 7-4 en Onder 7-5 door te lichten. En ik zeg niet dat er in januari geen talenten lopen. Absoluut niet. Ik zeg niet dat vroegrijpers niet het betaald voetbal gaan halen. Absoluut niet. Want je hebt én én nodig. Maar ik denk dat wij in Nederland veel doorslaan dat we op hele jonge leeftijd resultaat willen boeken. Wat is nou resultaat in een opleiding. Dat kan je pas aan het eind van een opleiding zeggen. Ik denk dat daar met name een enorme slag te maken is binnen het voetballandschap in Nederland.”

"Je ontkomt er niet aan dat het lastig is, want die 'kleintjes' worden juist ook zo goed omdat zij iedere dag tegen grotere moeten opboksen" Paul Brandenburg, hoofd opleidingen AZ

Om talenten in een vroeg stadium niet te missen, moet de groep die gemonitord wordt enorm groot zijn. Veel kinderen monitoren, veel kinderen kansen geven. Willem II volgt met talrijke amateurverenigingen in de regio Tilburg zo honderden, zo niet duizenden spelers. Riemersma vervolgt: “Onze ambitie is dat ieder kind in onze regio de kans moet krijgen om zichzelf te laten zien. Dat doen wij op woensdagmiddag en daarbij werken we samen met trainers van de clubs uit de regio. Uiteindelijk laten we de natuur zijn werk doen. Wie blijft er in het systeem. Wie gedijt er bij de druk, is een beetje competitief en heeft een goed leervermogen. Uiteindelijk zal je dan aan het eind van de rit zien wie er van over is gebleven. Het is heel raar dat wanneer je de potentie van jonge spelers niet kan voorspellen je op een hele kleine groep van 18 spelers gaat inzetten. Je weet dat hun uiteindelijke niveau niet te voorspellen valt. Dat wijzen namelijk alle onderzoeken uit.”

Spelers in Eredivisie 2021-2022

Riemersma vervolgt: “Het is onmogelijk om hier honderden kinderen in Willem II-tricot wedstrijden te laten spelen, dus we laten ze ook bij hun eigen amateurploeg voetballen. Wat we bijvoorbeeld doen, is kijken naar een andere manier indelen. Op basis van geboortemaand, lengte en gewicht, maar ook hoe lang iemand al voetbalt. Zit iemand al bij de Onder 5 bij de kabouters en heb je twee broers die ook elke dag bij je voetballen. Of moest je net zoals ik eerst je zwemdiploma halen en kwam je dan op je negende in de F3 terecht, waar dan ook niet de beste trainer op stond. Het geluk en het toeval speelt zo’n grote rol. Daarom zeggen wij: zet in op zoveel mogelijk kinderen.”

Ook getalenteerde kleintjes verliezen
Dat Willem II door een andere werving veel meer jeugdwedstrijden verliest, is daar een logisch gevolg van. “Ik weet dat er al mensen zijn die uitslagen van jeugdwedstrijden kunnen voorspellen op basis van de gemiddelde leeftijd van een team. Iedereen kan wel bedenken dat een bvo met een groepje vol januarispelers wint. Dat is waar je tegenaan loopt wanneer je het op een andere manier gaat doen.”

Het blijft de vraag Riemersma’s aanpak daadwerkelijk gaat leiden tot meer profvoetballers uit de latere maanden van het jaar. “Ik ga niet zeggen dat we met deze aanpak ineens zoveel succesvoller zijn, maar ik weiger me over te geven aan het systeem. Je weet niet per se dat dit beter is dan het systeem dat we altijd hebben gevolgd. Het is heel moeilijk om het anders te doen, omdat alles op de korte termijn is gericht. Terwijl we werken met kinderen die 10 jaar zijn. Dan hebben we het over ontwikkelingsperiodes van 10 jaar. Geduld is het sleutelwoord.”

De lange termijn daar is het ook Brandenburg en andere clubs om te doen. “Wij willen de beste hebben die op termijn de beste kan worden. En niet alleen de korte termijn. En je ontkomt er niet aan dat het lastig is, want die ‘kleintjes’ worden juist ook zo goed omdat zij iedere dag tegen grotere moeten opboksen. Maar je moet ook binnen je club iets organiseren dat ze tegen fysiek gelijke en leeftijdsgenoten kunnen spelen. Zodat zij ook meer kans hebben op succes. Als je succes ervaart, ga je groeien. En ook moet er zeker in de week een aantal keer op de tenen gelopen en gefaald worden. Maar met name die succeservaring bij die kleintjes is essentieel.”

"Er zijn genoeg voorbeelden van kinderen die het heel graag wilden en het ook op latere leeftijd echt hebben gehaald" Arnold Bruggink

Scouten in de lagere elftallen
Bij AZ kregen decemberspelers Calvin Stengs en Guus Til uiteindelijk de kans, ondanks dat zij lange tijd geen furore maakte in de jeugdopleiding. Brandenburg geeft nog een voorbeeld van een huidige jeugdspeler. “Een jochie dat bij ons inmiddels in de Onder 16 speelt. Die kwam bij ons op de voetbalschool en die speelde bij DEM uit Beverwijk in de Onder 10-3. Ja, normaal gesproken kansloos. Maar hij heeft het in onze voetbalschool over een langere periode goed gedaan. Op basis van zijn biologische leeftijd, kwaliteiten en geboortemaand hebben we hem aangenomen. En hij speelt nu in onze Onder 16.”

Spelers die bij het derde elftal van een amateurclubs spelen, halen doorgaans nauwelijks het profvoetbal. Arnold Bruggink ziet mede daardoor dat er ook al een markt is ontstaan onder voetbalscholen die in het gat springen van spelers die niet worden geselecteerd door bvo’s. “Ik vind het super belangrijk dat er meer kinderen de kans krijgen”, zegt Bruggink. “Dat er niet meer een groot gedeelte wordt buitengesloten. Er zijn heel veel voetbalscholen die in die ruimte springen. Maar dan moet je meestal goed voor betalen. Dat kunnen een aantal mensen, maar ook heel veel helemaal niet. Dat vind ik ook niet oké.”

Waardes in miljoen verkochte Eredivisie-spelers van 2012 tot 2022. Bron: Transfermarkt.de

“Het belangrijkste is dat de kinderen het willen”, zegt Bruggink. “Waar gaat het vaak fout: ouders zitten vooral te pushen. Die willen graag dat kinderen winnen. Kinderen willen dat ook, een aantal. Maar er zeggen er ook heel veel: ‘Dan kan ik straks niet met bijvoorbeeld Gijs spelen’. Die zijn die hele wedstrijd alweer vergeten. Blijf vooral gewoon plezier houden in voetbal, want er zijn genoeg voorbeelden van kinderen die het heel graag wilden en het ook op latere leeftijd echt hebben gehaald. Je wordt wel gezien, maar de weg is soms iets langer.”

Laat kortetermijnresultaten los
Cruijff was er een voorvechter van om resultaten in het jongste jeugdvoetbal los te laten. Een denkbeeld dat inmiddels voet aan Hollandse aarde begint te krijgen, maar dé oplossing lijkt dat niet. “Laatst is er een onderzoek gedaan door de KNVB met Steve Lawrence, expert op dit onderwerp”, zegt Volendam-directeur Jongkind. “Wanneer je oudere teams opstelt, is de kans dat je wint aanmerkelijk groter dan wanneer je jonge teams opstelt.”

"Bij Ajax kwam 75 tot 80 procent van de jeugd uit het eerste halfjaar. Dat daalde naar 65 procent" Ruben Jongkind, directeur opleidingen Volendam

“We hebben onze organisaties en systemen op een verkeerde manier ingericht”, vindt Jongkind mede daardoor. “Zowel moreel als financieel. Je zit te investeren in kinderen die geboren zijn in het begin van het jaar, terwijl je eigenlijk de tweede helft van het jaar links laat liggen. Topsport is hard, dat moet het ook zijn. Maar wat je kan doen is het bewustzijn vergroten. Dat doen wij bij Volendam. Als wij over een speler praten hebben we het niet over ‘dat is iemand uit 2012, maar dat is iemand uit maart 2012.’ Dat is al een stukje bewustzijn.”

Een andere manier is trainers niet beoordelen op de resultaten, want die zijn in het jeugdvoetbal niet de doorslaggevende factor of iemand een goede coach is of niet. Daarnaast ligt er een factor in het jeugdvoetbal bij de lonen van jeugdtrainers. Jongkind: “Dus waar is het mogelijk om jeugdtrainers op een evenredige manier te betalen. Niet in de Onder 19 veel meer betalen dan in de Onder 8, want dan gaan die trainers omhoog kijken. Ik moet winnen, want dan kan ik omhoog en dan kan ik ook meer verdienen. Dat hebben we bij Ajax ook gezien in 2011 en dat hebben we vervolgens aangepast.”

Plan Cruijff
Als onderdeel van het Plan Cruijff zette Jongkind - als hoofd talentontwikkeling bij Ajax - in om met het bewustzijn van het geboortemaandeffect er naar ook te handelen. “Dan zie je meteen het verschil. Bij Ajax kwam 75 tot 80 procent van de jeugd uit het eerste halfjaar. Dat daalde naar 65 procent. En niet dat het een doel op zich is, maar uiteindelijk zou je met goed beleid een fifty-fifty verdeling moeten krijgen. Hier bij Volendam was het 65 procent. Nu ligt dat onder de 60 procent. Uiteindelijk hoop je dat over een jaar of tien op het veld terug te zien. We hebben een van de jongste competities van Europa en je moet hier als club geld aan uitgeven. Dit is onze toekomst.”

Ook de KNVB begrijpt dat. Na jarenlang onderzoek doen, is het tijd voor actie. Niet weten of en hoe het beter kan, is ook bij onderzoeker Verbeek een doorn in het oog. Verschillende inzichten, ook of misschien wel juist van buiten de sport, zouden een verschil kunnen maken. De KNVB deed daarom een oproep, een call to action, aan het Nederlandse volk. Iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp kon ideeën aandragen over een mogelijk medicijn tegen alle kopzorgen.

"De uitstroom van de Onder 13 en Onder 15 ligt in het laatste kwartaal 1,5 tot 2 procent hoger dan je zou mogen verwachten" Jan Verbeek, onderzoeker KNVB

“Zo’n 150 ideeën kwamen binnen”, aldus Van der Breggen. “Die oplossingen zijn we aan het analyseren via onderzoeksmethoden en daarvan zitten we momenteel in de laatste fase. We hebben niet de illusie dat we daarmee een baanbrekende oplossing gaan vinden, maar het is interessant om vanuit een andere hoek het onderwerp aan te vliegen.” Verbeek beaamt dat. “Veel ideeën hadden als onderwerp om de peildatum op een ander moment in te voeren, maar daarmee verschuif je het probleem alleen. Op basis van een peildatum blijf je het effect waarschijnlijk tegenkomen. Er moet buiten de gebaande paden worden gedacht. Het is ook lastig om te zeggen welke mogelijke oplossingen te toetsen zijn in de praktijk. De wetenschap kan van alles bedenken. Het moet haalbaar zijn.”

Decemberkinderen stoppen vaker met voetbal
Brandenburg gaf onlangs een webinar aan amateurverenigingen over het geboortemaandeffect en biologische leeftijd. “Ik heb ze uitgedaagd kijk eens naar de leden die afscheid nemen van je club. Hoeveel dat er uit kwartaal drie en kwartaal vier zijn. Ik denk dat het schrikbarend is op het moment dat je daar een onderzoek naar doet.” De KNVB bevestigt dit. Ten opzichte van kinderen uit januari houden spelers uit december vaker op moet voetbal. “De uitstroom van de Onder 13 en Onder 15 ligt in het laatste kwartaal 1,5 tot 2 procent hoger dan je zou mogen verwachten. Ten vergelijking met de uitstroom uit het eerste kwartaal is het juist plus minus 2 procent lager dan je zou verwachten”, zegt Verbeek.

Een bevestiging van dat het altijd maar moeten opboksen tegen fysiek sterkere spelers het spelplezier van kinderen dermate beïnvloedt dat stoppen een serieuze overweging teweegbrengt. “Je kan mij niet wijsmaken dat tussen die paar honderd of duizend kinderen geen talenten tussen zitten die uiteindelijk wel geschikt zijn voor het betaald voetbal of misschien wel het Nederlands Elftal. Ik geloof er niet in. Ik geloof er heilig in dat die daar ook tussen zitten”, zegt Brandenburg.

Niveau komt ooit gelijk

Wachten tot het niveau van spelers op latere leeftijd wat meer gelijk trekt, is de oplossing niet. “Volgens verschillende onderzoeken is dat pas rond de 26 of 27-jarige leeftijd”, verklaart Van der Breggen. Te laat, voor menig voetballer. Maar als spelers over dat punt heen zijn, komen laatgeborenen in het voordeel van degene op wie ze altijd een achterstand hebben gehad. Van de 50 oudste spelers die dit seizoen in actie kwamen in het Nederlands betaald voetbal kwamen 29 spelers in actie die na juni zijn geboren om 21 uit het eerste halfjaar.

Dat is een groot verschil met de algehele verdeling het de Nederlandse Eredivisie: 565 profvoetballers van januari tot en met juni om 320 van juli tot en met december. Enkel de Nederlanders in eigen land: 358 om 218. Met daarbij de Nederlanders in het buitenland: 900 om 615.

Geboortemaand zegt niks over waardes
Als gezegd, het geboortemaand wijst zich steeds opnieuw uit. Interessanter is het daarom wellicht om te zien welke invloed het geboortemaandeffect heeft op de Nederlandse transfermarkt. In de afgelopen 10 jaar is het niet zo dat vroeg geboren spelers per se meer opbrengen. De website transfermarkt.de kon van 422 verkochte spelers in de Eredivisie de afgelopen 10 jaar een inschatting maken van de betaalde transfersom. Aan in februari geboren voetballers werd in totaliteit het meeste uitgegeven: zo’n 260 miljoen euro. In september geboren voetballers leverde op de transfermarkt ‘slechts’ 60 miljoen euro op.

Een februarivoetballer kost gemiddeld 6,3 miljoen euro, september 2.25. Toch vallen de schommelingen in rest van de maanden best mee. Oktober-, november- en decemberspelers kosten gemiddeld tussen de 4 en de 5 miljoen euro, maar nagenoeg hetzelfde geldt voor spelers uit januari en maart. Dat een geboortemaand niet per se de waarde van een voetballer bepaalt, zou genoeg reden moeten zijn om jeugdselecties niet vol te proppen met enkel vroeggeborenen. Het levert per saldo niet meer op.

Peildatum per 3 maanden verzetten
Brandenburg draagt vervolgens nog een oplossing aan, waarvan de KNVB serieus overweegt deze te implementeren. “Als je ieder jaar de peildatum met drie maanden verschuift, ben je een keer in de vier jaar de kleinste of jongste in de groep. En een keer in de vier jaar ben de oudste. Dan heb je met geboortemaandeffect te maken, maar ben je er veel meer op geïnd dat je er rekening mee gaat houden. Want dat is er nu helaas niet. Overigens is naast het geboortemaandeffect ook het weten van de biologische leeftijd essentieel in het vinden van het juiste talent.”

AZ zelf gebruikt dit systeem momenteel op de dagen dat de voetbalschool bij de club traint. “Ik ben ervan overtuigd dat op moment dat je dit invoert, dat het op den duur de juiste talenten boven komen drijven. Dat zullen januarijongens zijn, februari en maart. maar er zitten zeker ook decemberjongens bij. Dat kan niet anders. Omdat je er dan meer op gaat letten. Het podium dat wij twee keer in de week bieden voor die ‘kleintjes’ wordt dan door de KNVB gefaciliteerd.”

Spelers in selectie Onder 17 dat Europese titel won in 2018

Toch komt het geboortemaandeffect niet alleen voor bij clubs. Ook bij de vertegenwoordigende jeugdelftallen van de KNVB is dit het geval. Bijvoorbeeld de gouden formatie van Kees van Wonderen die in 2018 beslag legde op de Europese titel. Slechts vier spelers daarvan kwam uit in de tweede helft van het jaar. Vijftien uit de eerste helft. En dat doet niets af aan de grandioze prestatie die Van Wonderen en zijn manschappen in Engeland op de mat legden. Maar om de vraag van Wijnker aan te halen: geloven we dat daar de uiteindelijk beste voetballers uit die leeftijdscategorie allemaal bij de selectie zaten? Nee.

Veel keuzes waren er ook niet. Elk land levert spelers uit de eerste maanden van het jaar aan, zeker in de jeugd. Kansloos lijkt het daarom om zo’n toernooi aan te vliegen met enkel spelers uit december, ze zouden - net als in de jeugd van Willem II - overrompeld worden door fysiek geweld. En om te voorkomen dat er nog een generatie bij Oranje meedoet waarin drie spelers uit januari dezelfde geboortedag hebben (Ki-Jana Hoever, Devyne Rensch en Anass Salah-Eddine, 18 januari) heeft de KNVB een future line bedacht. Wat inhoudt dat ze ook een groep spelers monitoren die in aanmerking komen voor jeugdelftallen, alleen daar in het momentopname moeilijker in mee kunnen vanwege een fysieke achterstand. “Een soort vangnet”, noemt Verbeek het. “Maar ergens is het niet goed dat het nodig is om dat te hebben natuurlijk.”

Spelers in 2018 in grootste 10 competities van Europa. Bron: Journal of Sports Science & Medicine

Bewustwording is het grote begin
“Er is een traditionele oplossing voor dit probleem”, zegt Verbeek. “Bewustwording.” Wijnker vult hem aan. “Eerst moet het goed bekend zijn met iedereen. Het is al een tijd een item. Nog steeds zijn er veel mensen die erdoor verrast worden. Dus het is de taak van ons als KNVB, maar ook van bvo’s, om de boodschap te verspreiden in het land. Wat geldt voor bvo’s, geldt ook voor amateurclubs. Kinderen gelijke kansen bieden. Niet te vroeg - in mijn ogen - kinderen selecteren. Niet dat dat niet goed is voor de getalenteerde kinderen, maar juist voor de minder getalenteerde kinderen - tenminste dat vinden we op dat moment. Dat we niet te vroeg kunnen zeggen jij wel en jij niet. Wat geldt voor bvo’s geldt voor amateurclubs precies hetzelfde.”

“Het belangrijkste voor ons is om spelers niet met elkaar te vergelijken”, vindt ook Riemersma. “Ook niet te snel roepen. Die is niet goed genoeg voor Willem II één. Want dat zei ook iedereen over Virgil van Dijk toen hij twaalf was en moet je nu eens kijken. Doe daar gewoon geen voorspelling in. Je krijgt hier de opdracht als trainer of als opleider of als pedagoog om die spelers te ontwikkelen. Waarvan je weet op het moment dat je er wel een stempel op drukt, dat dat ook niet gaat gebeuren.”

“Bewustwording is de eerste stap”, vindt ook Bruggink, die onderdeel uitmaakt van het Project Gelijke Kansen van de KNVB om het bewustzijn in Nederland te vergroten. “Wij zijn hier in de regio Twente een regioplan begonnen. We zijn langs de 30 grootste amateurclubs uit de regio gegaan. Een aantal wisten er wel van het effect en doen mee met het project van de KNVB. Veel hadden geen idee dat het bestond. Het erkennen en weten dat het er is, is een stap. Dan heb je iets van ‘nu kun je verder’. Maar kan je je er echt aan houden of vind je het lekker dat een Onder 11 of Onder 12 op het hoogste niveau speelt. Dat je als grote amateurclub goed voor de dag kan komen en wint van de andere club in de regio. Een trainer denkt toch snel ‘Ik heb net die spits eruit gehaald die drie koppen groter is en er altijd vier maakt’. Ja, dan zet hij hem er toch weer in.”

Jongkind besluit: “In Nederland zullen we dat geboortemaandeffect nog voorlopig zien. En dat komt omdat het pas op 27-jarige leeftijd weg gaat. Wij zijn natuurlijk een jonge competitie. Totdat we collectief bewustzijn krijgen van ‘jongens wacht even’. Dit is moreel niet handig en het is eigenlijk ook niet slim voor de club financieel en sportief voor de club om dit te doen. En andere systemen te gaan bedenken om iedereen gelijke kansen te geven. Maar wel in een topsportomgeving.”

Niet slecht, maar nóg beter
Er is niemand die beweert dat de manier waarop we het altijd opgeleid hebben slecht is. Als voetballand hebben we daarvoor veel te veel schitterende voetballers voortgebracht. Maar dat het nóg beter kan, dat is de boodschap. Kleine bewegingen die kunnen leiden tot grotere uitkomsten. Inmiddels is het mogelijk om dispensatie voor bvo-spelers aan te vragen wanneer clubs kunnen aantonen dat iemand biologisch gezien eigenlijk in een andere leeftijdsgroep hoort.

Het lijkt de meest voor de hand liggende keuze om als eerst naar te kijken: De systemen herzien. Overwegen om massaal in april te beginnen aan de gezinsuitbreiding lijkt een wat moeilijker proces. Dus blijft geduld het sleutelwoord. Totdat het Ei van Columbus er echt is, wie weet wel door een Hollandse bolleboos. Wellicht kunnen we dan als voetbalnatie rekenen op veertien goedkeurende knikjes vanuit de voetbalhemel.