<
>

Betaald voetbalclubs komen in actie voor heropenen stadions met publiek

Pro Shots

De clubs uit de Eredivisie en de Keuken Kampioen Divisie hebben vrijdag in een statement laten weten dat zij vanaf 28 januari weer toeschouwers in de stadions willen. De betaald voetbalclubs komen samen in actie om de toegangspoorten weer open te krijgen.

“Wij zijn altijd heel meegaand en coöperatief geweest, maar de rek is er uit”, begint het statement op de website van de Eredivisie. “Keer op keer heeft het betaald voetbal aangetoond op een verantwoorde manier wedstrijden met publiek te kunnen organiseren: geen besmettingen, en goede en gedegen controles. Daar wordt in Den Haag weinig tot niets mee gedaan.”

“Wij kunnen niet langer zonder publiek spelen. Vorig seizoen leidde dat tot een verlies van meer dan honderd miljoen euro voor de sector. En de schade voor de langere termijn is ernstig. Zeer ernstig! Dit tast de kwaliteit van ons voetbal aan. De concurrentie met het buitenland is al heel groot. In de rest van Europa zijn de stadions wel of gedeeltelijk open. Terwijl wij te maken hebben met dezelfde Omikron-variant. Dat maakt de concurrentiepositie nagenoeg ondoenlijk.”

Tempo te traag
“Lands grootste entertainmentindustrie en nummer één sport wil haar eigen broek ophouden. Wij zijn voor acht miljoen Nederlanders wekelijks HET vertier, maar dat wordt ons nu zo goed als onmogelijk gemaakt. Op dit moment is er nog geen honderd procent compensatie voor alle wedstrijden die wij noodgedwongen zonder publiek moeten spelen. NOW en andere generieke regelingen helpen, maar zijn niet toereikend.”

“Het tempo van besluitvorming in politiek Den Haag is te traag. Daar kunnen we niet op wachten. Het demonstratief opengaan van de stadions is de onvermijdelijke volgende stap. Dit zijn we ook verplicht aan onze loyale supporters. Iedere club gaat hierover in gesprek met zijn burgemeester. Het betaald voetbal wil gehoord worden! Wij willen ons altijd constructief opstellen en onderdeel van de oplossing zijn en blijven. Ook nu weer. Ook met Den Haag en de nieuwe minister voor sport.”