<
>

Het succesjaar van ploeggenoten Arne Slot en Alfred Schreuder bij NAC Breda

Het is 29 mei 2003 wanneer NAC Breda volop in de race is om Europees voetbal. In de laatste wedstrijd van het seizoen spelen de Bredanaars tegen RBC Roosendaal. Na tien minuten geeft Alfred Schreuder een prachtige bal in de zestien op Arne Slot. De middenvelder neemt aan, rondt af en schiet de club naar 0-1. Hij brengt de meegereisde fans in extase. NAC Breda wint de wedstrijd met 1-2 en eindigt dat seizoen knap vierde. Zondag om 14:30 uur staan Slot en Schreuder tegenover elkaar. Nu als trainers van twee topclubs met grote belangen in de klassieker: Feyenoord-Ajax.

Hoe waren de twee oud-spelers in het seizoen 2002-2003? Welke verschillen en overeenkomsten hebben beide heren? En drukten Slot en Schreuder toen al hun stempel als leider? Earnest Stewart, Orlando Engelaar en Ali Boussaboun, drie oud-ploeggenoten, blikken terug op die tijd.

Het successeizoen met een zwart randje
Nog steeds is het één van de meest succesvolle jaren van de club uit Breda. Na het seizoen 2002-2003 eindigde het nog maar een keer in de top vier van de Eredivisie. “Het team had dat jaar een goede balans met talenten en buitenlandse spelers. Met Earnest Stewart en Alfred Schreuder hadden we oudere en ervaren voetballers in het elftal”, zegt Orlando Engelaar. “Het was een geweldige ploeg. Alles klopte gewoon”, voegt Ali Boussaboun eraan toe. “Echt een toptijd en ik heb mijn beste jaren in het profvoetbal toen gehad.”

Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van NAC Breda is het overlijden van de jonge speler Ferry van Vliet (2001). “Het overlijden van Ferry zorgde dat het team heel hecht werd. Doordat we veel doormaakten met elkaar, werd het een vriendenteam”, vertelt Stewart, de huidige technisch directeur van de Amerikaanse bond.

De leider van het elftal
Wie de lijnen uitzet binnen het sterke elftal is duidelijk. “Schreuder was echt de motor van het team. Hij was de absolute leider van dat elftal”, zegt oud-spits Stewart.

Oud-teamgenoot Engelaar is het daarmee eens. “Echt een top-aanvoerder en de grote meneer van het team. Hij was een mentor, maar totaal niet op een autoritaire manier. Alfred was iemand waar je met veel respect iets van aannam, want hij had geen slechte bedoelingen. Het was nooit een Schreuder-act, maar alles was uit teambelang”, concludeert Engelaar. “Ik had altijd de wil en het gevoel om naar hem te luisteren. Dat is bij iedereen zo geweest.”

“Hij is de beste aanvoerder die ik heb gehad in mijn carrière. Schreuder kon je ook goed aanpakken wanneer het nodig was. Hij was in die periode al een trainer”, zegt Ali Boussaboun. “Arne Slot kwam halverwege het seizoen binnen bij NAC dat hem overnam van, toentertijd, FC Zwolle. Hij was ook een stuk jonger.” Hoewel Slot en Schreuder nu allebei leiders zijn van grote clubs, waren er geen twee kapiteins op één schip. ''Schreuder was een geaccepteerd leider'', klinkt het. “Arne voelde denk ik ook niet de drang om leider te zijn op dat moment. De acceptatie was dat Schreuder de captain was. Je gaat jezelf niet naar voren schuiven als leider als je jong en net nieuw bent”, is de mening van Engelaar.

Langzaam en intelligent
De heren weten precies te vertellen wat de zwakke en sterke kanten zijn van de oud-voetballers. “Slot was echt een stylist. Een ouderwetse nummer tien”, vindt de veertienvoudig Oranje-international Engelaar. “Hij was intelligent, technisch vaardig, maar soms ook lui. Ik kon zien dat hij met zijn hersenen voetbalde. Daar moest hij het ook, gezien zijn snelheid, van hebben."

Ook Stewart benoemt dat de snelheid van Slot en Schreuder niet hun sterkste eigenschap was. “Maar hun brein was dat wel. Ze zijn veel met de organisatie bezig en geven handvatten op het moment dat het minder gaat. Dat geeft vertrouwen”, zegt Stewart. “Arne is anders dan Alfred. De gedachtegang over voetbal is hetzelfde. Ze hebben alle twee hard gewerkt om het topniveau te halen. Je leert als individu tijdens je carrière wat je moet doen. Onderweg krijg je steeds meer mee om te slagen. Dat zie ik nu in beiden terug.”

Karakters
Over één karaktereigenschap zijn Stewart, Engelaar en Boussaboun het eens: het zijn allebei rustige types. “Schreuder is een goed mens. Eerlijk en recht door zee. Arne is gewoon Arne en is lekker wie hij is. Een nuchtere Hollandse jongen. Het mooiste compliment is als mensen zeggen ‘je bent niks veranderd’. Dat heb je met deze mannen. Dat is gelijk het mooiste compliment dat ik kan zeggen. Ze zijn bij zichzelf gebleven. Beiden een goed karakter. Mooi om te zien dat dit intact blijft. Dat is al lastig genoeg in topsport”, complimenteert oud-aanvaller Ali Boussaboun.

Engelaar weet dat Schreuder veel vraagt van een team. “Hij was als aanvoerder al heel erg veeleisend. Soms is dat hard en moeilijk. Maar hij haalde het beste in je naar boven. Arne en Alfred hebben beide veel inzicht en weten goed hoe ze over het spel moeten nadenken.”

“Schreuder kan soms echt uit zijn slof schieten. Arne is als persoon rustiger. Ik heb drie jaar met Arne gespeeld en nooit woorden met hem gehad. Het is een fijne gozer om mee te werken”, concludeert Boussaboun.

Het verlengstuk van Henk ten Cate
In het succesjaar was Schreuder een belangrijke pion voor de trainer Henk ten Cate. “Hij was absoluut een verlengstuk van de coach. Ook vanuit Henk werd dat contact veel met de aanvoerder gezocht. Dat was een klein beetje met Arne, maar een stuk minder”, blikt Engelaar terug.

Volgens Stewart maakte aanvoerder Schreuder ook duidelijk hoe hij over voetbalzaken dacht. “Hij kon flink woorden hebben met Ten Cate, maar dat ging altijd met volle respect. Hij deed het niet voor zichzelf, maar voor de hele club en het team. Je krijgt dan meer respect voor je captain.”

Volgens Boussaboun was de samenwerking Ten Cate-Schreuder optimaal. “Henk was hard en Alfred wat rustiger. Dat werkte gewoon heel goed. Alfred kon alles goed overbrengen. Dat was een ideale verhouding”, Boussaboun.

Trainerscarrière
Op de vraag of het verrassend is dat Slot en Schreuder trainers zijn geworden, zijn de ex-spelers duidelijk. “Bij Alfred was het een kwestie van tijd wanneer hij trainer werd. Dat was hij toentertijd al. Slot was een stuk jonger, maar zag je wel een toekomstige trainer in. Mooi om te zien dat ze het beide goed doen”, aldus een tevreden Boussaboun.

Ook voor Stewart is het geen verrassing. “Nee, helemaal niet. Bij Alfred zeker niet. Aan Alfred zag je aan alles dat het een toptrainer werd. Het verraste me ook niet dat Arne als trainer onder mij werkte op het moment toen ik technisch directeur was”, besluit Stewart.

“Ik heb dit nooit tegen Alfred gezegd. Maar ik ben hem altijd dankbaar geweest, want heb veel aan hem gehad. Hij heeft mij echt beter gemaakt. Zo voelt dat voor mij. Net voor ik stopte met voetballen had ik veel opties en mogelijkheden om mijn carrière te beëindigen. Toen Alfred mij belde, als trainer van FC Twente, hoefde ik niet lang na te denken. Ik wilde hem echt helpen. Ook om hem iets terug te geven en dat jaar bij hem af te sluiten”, besluit Engelaar.

Feyenoord - Ajax is zondag 22 januari vanaf 14:30 uur te zien op ESPN 1.