<
>

Mart's Madness: Avalanche

Pro Shots

Ooit, in het verre en koude Quebec City, kwam ik te spreken met een uiterst fanatieke ijshockeyfan in een leuke kleine zaak waar alleen maar ijshockey-attributen te koop waren. De man van Russisch, Frans-Canadese afkomst was in alles wat hij vertelde een devoot fan van de Canadese wintersport. Ja ik kocht er een vintage T-shirt van Peter Stastny.

Omdat ik de enige klant in zijn zaak was en hij me graag de wonderbaarlijke geschiedenis van zijn Nordiques wilde vertellen, bleef ik een kwartier aan zijn lippen hangen. Ik vroeg hem of ik zo nu en dan een aantekening mocht maken, hij stemde toe, en begon te vertellen.

Hoe ooit de Quebec Nordiques in Frans sprekend Canada begonnen als een ploeg van de ‘tweede’ league, de World Hockey Association; een afdeling die in 1972 begon te spelen in veelal kleinere hockeyhallen in steden waar men hockey nauwelijks kende. U merkt dat ik de toevoeging ‘ijs’ nu weglaat. In Noord Amerika spreekt men van hockey waar wij, om begrijpelijke reden, over ‘ijshockey’ spreken.

O.k. de nieuwe WHA franchise zou eerst in San Francisco gaan spelen, maar daar was er geen redelijke dollar te vinden bij eventuele investors en besloot men op het laatste ogenblik de ploeg maar te dumpen in Quebec City. Juist, in het Frans sprekende deel van Canada. De WHA bleef er tot en met 1978 op het ijs en de Nordiques mochten toen, samen met de Edmonton Oilers, de Hartford Wailers en de Winnipeg Jets lid worden van grote en rijkere broer, de NHL (National Hockey League).

De Nordiques maakten furore met het aantrekken van de beroemde Slowaakse broers Stastny (Marian, Peter en Anton) en speelden super enthousiast hockey, verkochten altijd hun speelzaal altijd uit, maar op enig moment kwam er toch de klad in. De centen droogden op, er was gerommel met politieke baasjes die het Franstalige aspect te weinig terugvonden in de spelersselectie en in 1990 wisten de Nordiques slechts 12 wedstijden te winnen.

In die tijd werden drie spelers ‘gedrafted’: Mats Sundin, Owen Nolan en Eric Lindros. Laatstgenoemde, een toekomstige superstar, dacht men toen al, weigerde voor de zwakke Nordiques te gaan spelen (men zei op aandrang van zijn moeder) en weigerde zelfs, voor een fotoshoot, het shirt van de Nordiques aan te trekken op draft-day. In 1992 werd hij, ten lange lesten dan maar, door verhandeld naar de Philadelphia Flyers en die ‘trade’ bleek een gouden greep.

Voor Lindros kregen ze in Quebec de Zweedse doelman Peter Forsberg, plus de broodnodige dollars en twee jonge spelers. Binnen een seizoen, ontdaan van het zware juk dat Lindros, gedurende een vol jaar op de organisatie had gelegd, waren de Nordiques weer een goede ploeg met een der beste doelmannen ter wereld. De play-offs werden weer gehaald, maar er school toch een ferme adder onder het ijs; financieel ging het de organisatie niet goed. Daarvoor was de reclamemarkt in (ik zeg het nogmaals: Franstalige) Quebec te gering en de inwoners verdomden het een speciale hockey-belasting te betalen om de Nordiques in leven te houden.

In het geheim begon teameigenaar Marcel Aubut zijn organisatie rond te venten naar Noord-Amerikaanse (USA en Canada) steden waar nog geen NHL-ploeg gehuisd was. Op 1 juli 1995 werd er een handtekening gezet in Denver met de eigenaren van de COMSAT Entertainment Group, een organisatie die ook eigenaar was van de Denver Nuggets uit de NBA. In het geheim zo’n beetje werden vrachtwagens vol hockey gerelateerde spullen over de grens naar de USA gereden en had Quebec City ineens geen top-hockeyploeg meer. Zo ging dat in die tijd.

In vijf weken werden meer dan 12.000 seizoenkaarten verkocht in en rond Denver en toen moest er naar een naam voor die selectie gezocht worden. Er kon gekozen worden tussen de Black Bears, de Blizzards en de Extreme, maar die drie namen werden het dus niet. Op 10 augustus 1995 werd de Colorado Avalanche gepresenteerd en had de bergachtige staat in (ongeveer) het midden van de USA weer de vier grote Noord-Amerikaanse sporten in huis: Nuggets, Avalanche, Rockies en Broncos. Weer? Ja, de Colorado Rockies als hockeyploeg werden in 1982 ’verhuisd’ van Denver naar New Jersey, waar ze de NJ Devils werden.

De Avalanche won in 1996 en 2001 de Stanley Cup; met sterspeler Joe Sakic (thans General Manager van de club) en Patrick Roy, de befaamde doelman en later coach. Hockey was terug in de Mile High stad en dit is ongeveer de langste inleiding die ik kon schrijven over de werkelijk magnifieke manier waarop de Avalanche de strijd om de Stanley Cup van dit jaar begonnen is.

Na een moeizame zege (na 3-3) kwam er een ‘overtime-goal’ van een Oostenrijker… Pardon, een Oostenrijker? Ja, want de man die tot orgastisch genoegen van het thuispubliek in Game 1 scoorde, heet Andre Burakovsky en hij is geboren in Klagenfurt, Oostenrijk vlakbij de Slovaakse grens.

Om de zaak wat meer ‘internationaal’ te maken, om ook duidelijk te maken dat binnen de NHL er een enorme internationalisering heeft plaatsevonden in de afgelopen dertig jaar (zie ook het overlopen van de gebroeders Stastny in de beginjaren tachtig) de volgende toevoeging: Buratkovky (left-winger) heeft ook de Zweedse nationaliteit, speelde voor jong Zweden en zijn vader kwam ook uit in de NHL, terwijl zijn opa in Zweden en Denemarken een zeer gezien hockeycoach was.

Vader Buratkovsky speelde ooit 23 wedstrijden voor de Ottawa Senators om in totaal voor elf Europese clubteams en één NHL-ploeg gepeeld te hebben. Opa Benny, kleinzoon van joods-Russische ouders die ternauwernood Rusland konden ontvluchten en totaal berooid in Malmö in Zweden hun nieuwe leven vonden, was een bekende juniorencoach in Zweden en later Denemarken.

Om weer terug te keren in Denver, daar waar de Avalanche nu huist. Het is wellicht een merkwaardige afwijking, maar als ik het roster van welke NHL-ploeg ook beschouw, tel ik eerst het aantal Europeanen. Waarom? Geen idee, vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw doe ik dat. Ik zoek waarschijnlijk naar een lijn, een bewust gekozen bloedlijn van spelers uit een land of wat dat dan ook. Er zijn teams die graag Zweden en Finnen in hun ploeg halen en er zijn er die het in Russen of Tsjechen zoeken. De selectie van de Avalanche draagt tien spelers uit Europa. Daarnaast staan er achttien Canadezen op de loonlijst en heeft men acht Amerikanen aangetrokken.

De hoofdcoach van die thans zeer goed spelende ploeg is een – bij ons onbekende -Canadees: Jared Bednar, geboorteplaats Yorkton, Saskatchewan. Het merendeel van de mensen in Yorkton zijn van Oekraïense afkomst en nationaliteit, zoals zo heel velen in Saskatchewan, die in 2016 werd aangetrokken. Dat gebeurde in achter-augustus zodat Bednar (50) nauwelijks tijd had iets aan de gammele overblijfselen van zijn coachende voorganger, de beroemde doelman Patrick Roy, te doen. In zijn eerste coachjaar hield de nieuwe coach, die overigens zelf nooit in de NFL speelde, maar wel in een flink aantal onderbond-teams, maar net het hoofd boven water. Zijn cijfers in dat eerste jaar (22-56-4) waren de slechtste sinds de ploeg kwam binnengewaaid vanuit Quebec.

Het leek erop dat Bednar, onder druk van de fanatieke hockeypers in Colorado, al snel gevierendeeld zou worden, maar in zijn tweede jaar (43-30-9) was er een enorme verbetering (zoals het te boek staat: 47 punten meer dan het jaar daarvoor) zicht- en voelbaar en Bednar kon zijn koffers op zolder houden. In 2020/21 werd zijn ploeg 1e in het Westen en dit seizoen ging het weer beter. De Avalanche sloot het ‘normale’ seizoen af met (56-19-7) en werd de nummer een in de Central division.

En nu dus die redelijk moeizame eerste zege thuis in Ball Center en vooral die oogstrelende tweede victorie van 7-0 in Game 2 toen het herengezelschap met zovele nationaliteiten tegenstander Tampa Bay Lightning van het ijs af veegde. Welk een snelheid, welk een spelvreugde werd er zichtbaar in die tweede wedstrijd; een genoegen om naar te kijken.

Als U de moeite neemt naar de volgende wedstrijden om de Stanley Cup te gaan kijken ziet U een robuust gebouwde, rustige man achter de spelers staan: Jared Bednar. Hij noemde zichzelf ooit een physical player, hij is tamelijk groot (1.91 meter) en was niet snel genoeg voor de NHL. Dus werd hij coach, omdat hij dacht dat juist dat vak hem wel zou liggen. Toen dacht ik “waar dan wel?” en zocht het op.

Deze opsomming wil ik U niet onthouden: de man heeft zijn sporen met hard werken en veel verhuizen verdiend. Hij speelde voor negen verschillende ploegen en coachte de South Carolina Stingrays, Abbotsford Heat, Peoria Riverman, Springfield Falcons, Columbus Blue Jackets, Lake Erie Monsters en tot slot kwam er zijn coachbaan bij de Avalanche, waar hij, ineens, groot succes met zijn manier van spelen, vindt. Opdat U weet met een welbereisd iemand te maken te hebben. In vooral Canada en helemaal in Colorado heeft coach Bednar een heel goede naam.

En o ja, ik slaap nog weleens in het T-shirt van Stastny. Oké, het is niets meer dan een lichte afwijking. O ja, deel 2: Avalanche, dat staat voor ons woord “lawine”. O ja, deel 3: Paul, de zoon van Peter Stastny, debuteerde in 2006 bij de Colorado Avalanche; de nieuwe organisatie van wat erover bleef van de Quebec Nordiiques waar zijn vader in de NHL begon.

Small world.

Overigens is de Stastny-familie de enige ter wereld die met vijf man voor vier nationale teams heeft gespeeld: Tsjechoslowakije, Canada, USA en Slowakije.

Game 4 tussen Tampa Bay Lightning en Colorado Avalanche zie je in de nacht van woensdag op donderdag om 02.00 uur op ESPN. Mocht er een Game 5 nodig zijn tussen beide ploegen, dan wordt deze in de nacht van vrijdag op zaterdag om 02.00 uur uitgezonden op ESPN.