<
>

Mart's Madness: Bill Walton, genie of gek?

ANP Foto

Afgelopen week keek/luisterde ik via een ESPN-kanaal naar Connecticut-Alabama; college basketbal dus.

Eerlijk? De eerste drie minuten van de wedstrijd werd er afschuwelijk slecht gespeeld, maar die minuten werden briljant van commentaar voorzien.

Hoe slecht er gespeeld werd? De twee ploegen schoten 14 maal; geen enkel schot viel goed. De vijftiende poging viel, bibberend, goed. Balverlies was normaal. Passes kwamen acht meter hoog in de tribune terecht, de coaches ijsbeerden als gekken rond, lay-ups werden gemist, een open dunk eindigde in zo ongeveer het dak van de sporthal en de allereerste score viel te noteren op twee minuten en vijftig seconden na het begin van de wedstrijd en ja, er staat wat er staat, alle eerste veertien schoten gingen mis. Niet net mis, maar goed mis, puddingen, ring-ketsers, slappe finger-rolls, afzeilers… Het was werkelijk niet om aan te zien.

Dan het commentaar; niet van de leading commentator, want die had er geen woorden voor en zweeg in vooral knetterende stilte en toonaarden, maar de analist van dienst was geweldig.

Ik herkende zijn stem, ik genoot van zijn verhalen, zijn excuses, zijn herinneringen van ook weleens zoveel gemist te hebben en zijn niet te temmen noch te stoppen galerij aan woorden. Daarmee wilde hij uitleggen dat jonge sportmensen die nog niet vaak in hun leven met vrij hoge spanning in het veld te maken hadden gehad, de vrijheid van hem kregen inderdaad te missen, te missen en nog meer te missen.

Speel de nerveuze gevoelens van je af, zoek evenwicht, probeer je gedachten te rangschikken, tracht je aangeleerde schottechniek ook goed uit te voeren, missen is niet heel erg, als je maar weet hoe je de volgende actie wel goed moet uitvoeren, en in een wedstrijd tegen Oregon in 1972 had hij dat ook meegemaakt en hij voelde de stekende pijn van de medespelers… Niemand kon mikken, iedereen poedelde, zelfs de beste schutters.

Die stem behoorde toe aan Bill Walton. In het kort: opgevoed in een wel zeer progressief denkende en handelende familie waar de muziek van de Grateful Dead de boventoon voerde. Zijn broer Bruce werd prof-footballer bij Dallas en samen zijn ze het enige broederpaar ter wereld dat in een Super Bowl en in de NBA Finals-wedstrijd speelden.

Bill (van 5 november 1952 in La Mesa, CA.), werd basketbal-ster: 88 overwinningen op rij voor UCLA, daarna 468 NBA-wedstrijden, idioot veel blessures, 38 kleine, soms wat grotere, soms wat kleinere operaties aan handen, voeten, enkelbanden and what have you more? NBA-titels met de Portland Trailblazers en de Boston Celtics en opgenomen in de International Hall of Fame in Springfield, MA.

Later werd Walton commentator, analist, verhalenverteller en een mix van al deze drie titels. Hij praatte waar hij moest zwijgen en zweeg als hij iets moest zeggen. Het feit dat hij zich achter een microfoon kon en durfde te uiten was opmerkelijk. Toen Bill nog Billy was, ging hij door het leven als een stotterend jongetje dat de grootste moeite had een zin goed uit te spreken. Logopedie en stottertherapieën bestaan er genoeg en ongeveer 75% van alle jonge stotteraars raken het stotteren ooit kwijt. Dat gebeurde Bruce Willis, Hennie Kuiper, Nicole Kidman, Ed Sheeran en Bill Walton en vele, vele anderen.

Nog even de basketballer doornemen? Groot (2.11 meter), extreem lange armen, zwakke knieën, een lange aanstekelijke en donderende lach, kon blocken als de beste, was teamgenoot en bevriend met onze Sven Nater, bij Portland gemiddeld 19 punten, veertien rebounds en 3.5 block per wedstrijd. Cijfers na zijn voortdurend door operaties onderbroken carrière; slechts in 117 wedstrijden gestart, 13.3 punten per wedstrijd en 10.5 rebounds per wedstrijd. Speelde 48 play-offwedstrijden. Kreeg in 2002 een Emmy Award voor zijn opmerkelijke televisiewerk…

Opmerkelijk? Jawel, zeker. Zoals alle analisten ter wereld praat ook Walton op de meest onmogelijke manieren door de teksten van de verslaggever heen. Dan komt er een moment dat die eerste man (die dus de leiding moet hebben in het verhaal) het verder wel gelooft. En dan neemt Walton de leiding over en begint hij met een woordenstroom die een verlengde is van de muziek van Jerry Garcia. Ongestructureerde bijna structuur.

Walton kent zijn sport, hij onderkent de zwakke kanten van zijn bijzit-commentator en maakt daar gebruik van. Diverse grote kranten-journalisten hebben al geprobeerd om via vertellingen van de Walton begeleidende verslaggevers tot een beeld te komen van wat nou de kracht of zwakte is van Bill Walton. Er waren mannen bij die gillend gek werden van hem en anderen zwegen slechts. De televisiejournalist van een krant uit Seattle gaf Walton een 1 voor zijn werkzaamheden; slechter bestond niet. Het was gelul, opgepimpte verhalen-van-weleer en onzin.

Ik raad u aan die zwakte of kracht zelf te gaan opzoeken. Pik er een NCAA wedstrijd uit en wellicht dat hij analist is. Luister naar hem en verbaas je. Over zijn werkelijk prachtige kennis van de basketbalsport en zijn fenomenale zijwegen die hij inslaat, waardoor het basketbalcommentaar gaat lijken op een lekker lang uitgesponnen song van Jerry Garcia en de Grateful Dead.

Zei Walton als antwoord op die kritiek: “That’s what life is…scructured chaos.” Probeer hem te beluisteren, dat is alles wat ik u kan aanraden. Hij is geen analist, hij is geen commentator, hij vertelt verhalen en droomt. Over basketbal.