<
>

Mart's Madness: De bijna onbekende Canadees

Pro Shots

Canadezen spelen over het algemeen goed ijshockey. In Olympische jaren horen we dat curling in het midden van het grote land en in Quebec erg populair zijn en er is ook een leuke Canadese lacrosse-league; amateurs wel te verstaan. Canadese basketballers van naam en faam? Ja, die zijn er, maar je moet hen wel met een lantaarntje zoeken. U wilt namen? Eerst maar nummers: er hebben sinds het bestaan van de NBA 57 Canadezen in de league gespeeld. Van hen bereikten twee man de Hall of Fame in Springfield: Bob Houbregs en Steve Nash.

Andrew Wiggins meet 2.01 meter en is met zijn speelgewicht van 90 kilo tamelijk licht voor het zware onder-de-borden-werk. De man die op 23 februari 1995 in Toronto geboren werd, is Canadees, voelt zich Canadees, speelt al jaren voor de nationale ploeg van dat land, kent de tekst van én het Amerikaanse én het Canadese volkslied uit zijn hoofd en heet in de omgang een extreem rustige vent te zijn, die zich eerder terugtrekt en gaat lezen of naar muziek gaat luisteren dan dat hij het predicaat ‘stapper’ met zich draagt.

Hij heeft een Amerikaanse vader die ook in de NBA speelde. Mitchell Wiggins kwam ooit uit voor de nationale ploeg van de USA (in 1982) en speelde voor Chicago Bulls, Houston Rockets en Philadelphia 76ers, na gedraft te zijn door Indiana Pacers. Onderweg liep zijn imago flinke schade op, toen hij met een Rockets-ploeggenoot op het gebruik van cocaïne werd betrapt en er een schorsing van anderhalf jaar voor beiden volgde. Zijn verdere basketbaltijd bracht vader Wiggins door bij meer dan 12 ploegen over de hele wereld; drie daarvan in Griekenland, een seizoen in Frankrijk bij Limoges, een jaar op de Filipijnen en verder in de kleinere leagues in de USA.

Zeer interessant is de herkomst en geschiedenis van de moeder van Andrew Wiggins. Geboren op Barbados (Christ Church) werd zij bij haar grootouders geparkeerd terwijl haar ouders naar New York City verhuisden. Negen jaar later kon Marita Payne zich bij haar ouders aansluiten om in Toronto, Canada te gaan wonen. In Canada werd Marita Payne een atlete van wereldniveau in de tachtiger jaren. Eigenares van twee zilveren Olympische medailles (lid van de 4 x 100 meter en 4 x 400 meterploegen), deelneemster aan vele grote atletiekmeetings, studeerde zij op Florida State waar Mitchell Wiggens guard van de basketbalploeg was en er een mooie liefde ontstond die grensoverschrijdend was: Barbados, Canada, USA.

Dus? Andrew Higgins, de sterspeler nu van de Golden State Warriors, heeft de genen van zijn moeder (snelheid, wendbaarheid, reactievermogen) en de kracht en het juiste afstandsschot van zijn vader.

De familie is groter: er zijn nog twee basketballende broers (Nick en Mitchell II) en drie zussen (Stephnie, Angelica en Taya) die ook allen goed in welke sport dan ook zijn. De familie heeft haar hoofdkwartier in de stad Vaughan, in Ontario, en pa en ma reizen vaak naar NBA-steden om zoonlief te zien spelen.

Tot zover de familie en de achtergronden, nu de speler zelf. Andrew ging naar een Canadese high-school, begon daar voorzichtig op te vallen in de basketbalploeg en verhuisde, op aandrang van listige, handige basketbalmakelaars, die in de USA en Canada al vroeg gaan vissen in de vijver met talenten om dan later, uiteraard in het geniep, goede bedragen te kunnen gaan ophalen als ze spelers aan grote Amerikaanse colleges kwijt kunnen raken, naar een school in de Amerikaanse staat Virginia (Hurlington Prep). Wiggins werd McDonalds All American, had goede cijfers, werd gekozen tot Mr. Basketball USA in 2013 en kreeg de keuze om naar diverse grote, beroemde (en rijke) scholen te gaan.

Hij kon inschepen op Florida State (de universiteit van beide ouders), op Kentucky (waar altijd de geldbuidel open staat), naar North Carolina of naar Kansas. Wiggins koos voor de laatste school, waarmee de geschiedenis zich herhaalde. Ooit trok de Canadese dominee en sportleraar dr. James Naismith van Canada naar de USA waar hij tenslotte op de Universiteit van Kansas ging doceren. Kansas kon en mocht slechts één jaar van de jonge Wiggins profiteren. Of hij veel studieboeken inkeek, is maar zeer de vraag, want zijn kostje leek al snel gekocht, ook toen in het befaamde blad Sports Illustrated een nogal heftig stuk over het doen en laten van jonge en talentvolle Canadese basketballers in colleges werd geschreven en waarin vooral een dik vraagteken werd gezet bij de bijnaam ‘De Canadese Michael Jordan’ als het om Andrew Wiggins ging. Op de avond van te uitkomen van het blad, dat overal op de televisie besproken werd, tekende Wiggins voor 57 punten in een wedstrijd waar hij nauwelijks kon missen. Zijn antwoord op het artikel in S.I.

Bij de draft van 2014 werd hij op 31 maart als eerste gekozen door Cleveland Cavaliers. Hiermee was hij de tweede Canadees in twee jaar die deze eer te beurt viel: als eerste gekozen worden door Cleveland, een ploeg waarvoor hij nooit zou spelen. In 2013 was Anthony Bennett als eerste gekozen en de twee werden, samen met Thadeus Young, naar de Minnesota Timberwolves getransfereerd, o.a. in ruil met spelers als Luc Mbah a Moute en de Rus Alexey Shved. De Cavs kregen Kevin Love voor de hele handel terug en leken jarenlang het beste uit deze merkwaardige trade te hebben gehaald: Love was immers een NBA-topper, een winnaar, een goed rebounder en hij hield zijn kop erbij als het erom ging in een spannende wedstrijd.

Vervolgens speelde Wiggins vrij anoniem zijn eerste seizoen in Minnesota. De criticasters leken gelijk te krijgen: hij was de eerste in de 2014 draft, maar dat was niet aan zijn cijfers in de volgende jaren af te zien.

In het seizoen 2019-20, nadat hij 442 wedstrijden voor de vaak onzichtbare Wolves had gespeeld, werd Wiggins door verhandeld; ook in Minnesota hadden ze het nu wel gehad met de ietwat latente topper Wiggins. Zijn cijfers waren: 22.4 punten en 5.2 rebounds per wedstrijd. Hij kreeg gemiddeld 35 minuten speeltijd per wedstrijd, was de beste verdediger van de ploeg, maar er zat geen schot meer in de ploeg daar en dus kon hij vertrekken.

Hij en twee latere draft-choices werden geruild tegen (let op) D’Angelo Russell, Jacob Evans en Omari Spelmann. Wiggins ging naar de Warriors en speelt dezer dagen de pannen van de daken. Van Evans en Spielmann is weinig meer gehoord: Russell is op zijn best een kantlijn NBA-guard met uitschieters. En Wiggins?

Kijk hoe hij speelt. Kijk naar de manier waarop hij zich beweegt, kijk naar de problemen die hij drie wedstrijden lang voor de voeten van Luka Doncic heeft gelegd, kijk naar zijn scores, kijk ook naar DE DUNK.

Wiggins, toch al meester in het binnensluipen vanuit de ‘weak side’ in de bucket, dunkt over de Sloveen heen die direct een blessure veinst, maar na goede bestudering van alle scheidsrechters en alle VAR-mensen blijft de torenhoge dunk staan als score. Hoe die dunk was? Indrukwekkend. Hoog, lenig en dodelijk. Samen met zijn andere cijfers (totaal 27 punten en 11 rebounds) legde hij vooral de basis voor de 3-0 voorsprong van de Warriors tegen Dallas Mavericks.

Wacht even: de Warriors zijn toch gevaarlijk door de Slash Bros (de heren Curry en Thompson), door het oeverloze geklets en het vervelend dreigen en snoeiharde werken van Draymond Green, door het verrassende goede spel van off-guard Jordan Poole…maar wie had het eerder al over de inbreng van Andrew Wiggins? Die stille man op de vleugel…

Ja, hij verdedigde lekker, door goed op zijn benen te staan, door een verrassende snel- en wendbaarheid te laten zien, maar was Andrew Wiggins nu ineens een ‘key-speler’ in de ploeg van de Warriors?

Ja, dat was hij. Snel op zijn benen, zoals gezegd, niet bang de driepunter te gebruiken, lenig en snel (thanks to mom), schotvaardig (bedankt pa) en uiterlijk behoorlijk rustig, misschien zelfs wel TE rustig.

Hebben we de definitieve doorbraak meegemaakt van de Canadese international? Het lijkt erop. Kijk in de volgende wedstrijden naar zijn voetenwerk in de verdediging en zijn sprongkracht. Een genot om naar te kijken. Zo losjes, zo speels, zo onverwacht ook. Zo verrassend goed. Uhhh, vrije worpen…soms te slordig. Soms maken we een doorbraak van zo’n speler mee zonder het te beseffen. Bij Minnesota speelde hij mee, kwam hij aan zijn scores en verdiende hij goed geld (bijna 30 miljoen per jaar). Bij de Warriors is Andrew Wiggins uitgegroeid tot een volwassen NBA-speler. Vaak is het een genot om hem aan het werk te zien. Beheersing in een strak lichaam; kind van een sprintster en schutter…