<
>

Mart's Madness: Honkbal Week Haarlem

ANP

Of ik het me nog herinner? Ja. Het was in de midden-jaren zestig en de wedstrijd tussen het Nederlands honkbalteam en de Chatouroux Sabres, een Amerikaans team van de luchtmachtbasis in midden Frankrijk, vond plaats op het honkbalveld aan het Badmintonpad in Haarlem. Ik ging erheen met mijn vader en ik moet mijn ogen hebben uitgekeken. Grote, veelal zwarte Amerikaanse spelers…die zag je in Nederland toen niet al te veel. En ze konden nog ver slaan en hard gooien ook. In het diepst van mijn herinnering zit nog dat het een spannende wedstrijd was en dat Ron Fraser, de coach van Oranje, een pinchhitter moest inzetten om gelijk te komen met de Amerikaanse militairen. Volgens mij riep hij iets van “Charles” of “Karel” en een vrij slungelige speler ging vervolgens met drie slag aan de kant: dat was een deceptie voor me, maar ik moet toen besloten hebben meer, heel veel meer, in Haarlem naar honkbal te zullen gaan. Wie die speler was? Geen idee, het zou Karel Tel geweest kunnen zijn, speelde die niet bij ADO? Ik doe maar een gok. Het is meer een halve eeuw geleden. De geslagen homeruns kwamen die dagen bij de mensen die aan de Verspronckweg woonden, in de tuin.

In de jaren zeventig zag ik de beroemde pitchers-wedstrijd Stags tegen de Sullivans, met werpers die 19 en 21 maal drie slag gooiden. Niemand verliet zijn of haar plaats in het stadion, het was fantastisch spannend en kwaliteits-honkbal zoals je zelden in Nederland zag.

En ik herinner me dat mijn vader (de enige man die een keurig kostuum droeg in het Pim Mulier Stadion) naast me ineens een fout geslagen bal ving, applaus voor die actie kreeg, en de bal met een sierlijke boog teruggooide op het veld, waarvoor hij een ovatie kreeg.

Ik speelde er zelf een journalistenwedstrijdje en werd in 1984 luid toegezongen door “het derde honk” toen ik uit de Tour was gehaald door de NOS en een avond later in Haarlem zat en een lang applaus van te publiek kreeg. Ook zag ik mijn zoon in Oranje spelen en ik ga nu, in 2022 weer. Op de fiets, die je bij het stadion in een grote stalling kan zetten, zoals heel velen doen. Ik meen gratis parkeren. De mannen die op die fietsen passen, zijn met de week ouder geworden.

Weet u als lezer niets van de Haarlemse Honkbal Week zoals wij het toernooi vroeger noemden; oei…dan heeft u waarschijnlijk toch wel iets gemist in uw sportieve opvoeding, helemaal als dat honkbal betreft.

Het toernooi, met voorzitter Gerard Voogd aan het roer en oud-speler Gé Hoogenbos als aanvoerder van alle journalisten die ’s middags en ’s avonds hun schaarse plaatsen opzochten. Dan zaten er al Taiwanezen, Italianen en mensen van Curaçao en dan was het serieus inschikken en dat hoorde ook wel weer bij de Week. Zeventien journalisten voor tien zitplaatsen.

Geen luxe, wel plaats voor een biertje, ijsjes die je toegegooid werden door de venters tijdens de wedstrijden, en sommige mensen namen picknickmanden mee en gingen tussen de wedstrijden in lekker zitten eten op het gras langs het water, iets verderop. Ja, heel vaak was het er stijf uitverkocht bij topwedstrijden. Velen scoorden mee, je zong (‘De Vlieger’ van André Hazes klonk nergens zo mooi als in het Pim Mulier), de rijmliederen vanuit “het derde honk-publiek waren heel vaak oer geestig en origineel en de sfeer was altijd goed. Zelfs bij regen-onderbrekingen.

De passerende NS-treinen toeterden luid als ze achter het veld langs reden en ’s avonds laat trok iedereen weer blij naar huis met het gezegde: ”Tot morgen”, want zo was de sfeer in die jaren. Het was of je met één grote familie naar het stadion kwam, velen kenden velen, van sponsorboxen was nog geen sprake, het was er leuk, lief en rustig en je zag prachtig mooi honkbal gespeeld door spelers vanuit de hele wereld.

Het is vrijdag 1 juli en ik zit in Haarlem tegenover Leon Ravestein. Hij is toernooidirecteur en praat me bij. Vol vuur. Zegt: “Mijn honkbalachtergrond? Onze Gezellen, hier uit Haarlem, ik speelde voor mijn plezier…toen vroegen ze me of ik mee wilde doen de Week weer van de grond te krijgen na het (technisch) faillissement van 2016. En ja, we hebben dit jaar weer een echte week…na het afgelasten van 2020 door Corona.”

Hij legt me uit dat de deelnemende ploegen nog altijd hun eigen reis tot Schiphol betalen en weer naar huis terug en dat de Stichting dan alles regelt en betaalt…hotels, eten, drinken, vervoer…zoals het altijd is gegaan.

Dit jaar verblijven vijf ploegen in het Haarlemse Ibis Hotel en Oranje zal zijn spelers in het Corendon-hotel van Badhoevedorp huisvesten. Het toernooi begint op 8 juli met de historische “kraker” Nederland-Italië en dagelijks worden er drie wedstrijden gespeeld: de eerste om 12.00 uur, de tweede om 15.30 uur en de laatste van de dag begint om 19.30. De finale staat gepland op 15 juli. Ja, nog altijd met de volksliederen voor de wedstrijden.

Ik vraag Ravestein of ze tevreden zijn met het startveld. Hij antwoordt met een luid “jazeker” en legt uit: “Japan zegt altijd ‘ja’, daar zijn we zo mee klaar. Taiwan doet het ook altijd netjes…ze weten wie we zijn…ze waren akkoord, maar ze moesten afhaken door een Covid gerelateerd uitreisverbod in eigen land en dat zorgde ineens voor een open plek. Daar komt dus de ploeg van Curaçao voor in de plaats. Met Cuba moet je afwachten wie ze willen sturen…we namen dit maal de tijd want ze hebben nog weleens een tweede garnituur gestuurd. Nu komt hun kampioensteam, aangevuld met goede gastwerpers. Aan Team USA moest ook nog flink gedokterd worden, we wilden graag topspelers uit de college-competitie…maar voor we doorhadden wie je daar in de VS voor nodig had…steeds weer nieuwe namen en nieuwe mensen, dat duurde best lang. Half februari hadden we die ploeg pas rond. Italië hoef je maar te bellen maar ook dat ging dit maal niet geheel soepel, ook vanwege Covid en hun eigen competitie, maar het kwam wel in orde en van team Curaçao wisten we in eerste instantie ook te weinig over wie ze naar Haarlem zouden sturen. Alles kwam echter op zijn pootjes terecht. We hebben een prachtig startveld. Uiteraard met het Nederlands team centraal voor ons en het publiek.”

Zijn er nieuwigheden…dingen waar het publiek aan moet wennen? Ravestein: “Die zijn er. We spelen zeven innings per wedstrijd…ja, het publiek wenst kortere en snellere wedstrijden…de sportwereld verandert…het publiek wil snelheid in wedstrijden en dus proberen we het op deze manier.” Ik: “En wat dan met de seventh inning stretch en ‘De Vlieger’ later?”

Ravestein: “Kom naar het stadion en we zullen zien wat er gaat gebeuren…” Ik: “Naar de Haarlem Honkbal Week gaan, gold decennia als een leuk en sportief, sociaal uitje, een sporttoernooi waar je vrienden ontmoette en waar een heel speciale, bijna vreedzame sfeer heerste…Hele generaties zijn zo ouder geworden…ieder jaar in de zomer een paar avonden naar Haarlem…kinderen mee, later groeiden die ook op met de Week…” Ravestein: “We hopen niet dat die sfeer ineens verdwenen is, nu we er in 2020 niet waren…Die sfeer was een van de dragende pijlers van het toernooi…je ging er echt voor je plezier heen en zo moet het ook blijven…Kijk, sommige dingen veranderen in de sport, maar de sfeer moet blijven, het materiaal verbeterde, we hebben nu allemaal mobiele telefoontjes, maar de basis van alles is toch die sfeer waarin het toernooi gespeeld werd…ploegen uit drie continenten; het snelle, korte Aziatische spel, het goede slaan van Cuba en de USA…Nederland als een mengsel van Europa en de Cariben...Nederland tegen Italië…het is decennia lang een beladen wedstrijd geweest en ook gebleven.”

Ik: “Voorverkoop?” Ravestein: “Prima, voor zover we nu weten, boven het verwachte aantal… drie weken voor het begin van het toernooi, dat gaf ons een boost.” Ik: “Ooit gedacht aan een hoofdsponsor?” Ravestein: “We zijn in gesprek geweest met een bekend gokbedrijf. Die mensen hadden een mooi bedrag over om hoofdsponsor van het gehele toernooi te worden, maar er zaten haken en ogen aan voor wat betreft de leeftijden van mensen die kaartjes kochten en dan door de hoofdsponsor bereikt konden worden…jammer, maar waar.” Ik: “En dan de heikele vraag: welke televisie-organisatie zendt De Week dit jaar uit?” Ravestein: “Niemand, nul, niets…geen NOS, geen Ziggo Sport en geen ESPN…ja, inderdaad zeer teleurstellend, maar het is niet anders.” Ik: “Ongelofelijk…voor mij toch. De NOS zit in juli ‘s avonds vol met Dione en de Avondetappe en in de weekenden de Touretappes in de middaguren…Ziggo niet en ESPN niet…ik ben verbaasd en meer dan dat. Maar zoals het niet vaak voorkomt, houd ik mijn mond maar…dat is beter, maar het blijft wel onbegrijpelijk…” Ravestein: “In het begin van de week ontvangen we wel een afvaardiging van ESPN met Amerikaanse partners, zoals ik begrepen heb…dan kunnen we laten zien wat we te bieden hebben.”

Ravestein: “We hopen op mooi weer, we hebben goede ploegen, we kennen zo’n beetje ons publiek en neen, dat is waar, van de kant van de pers is het altijd afwachten…de gehele pagina Honkbalweek in het Haarlems Dagblad is ook al jaren verleden tijd…ook daar zeg ik van…jammer, maar het is niet anders.”

Ik: “In het verleden was De Week een vol huis, tien dagen lang…dan ging een week later de nationale competitie weer door en kwamen er bij Kinheim-Neptunes pak weg 39 toeschouwers opdagen…dat heb ik nooit gesnapt…Honkbal is een kleine sport in ons land, maar diegenen die de sport kennen, zijn ook meteen kenners en vaste bezoekers…Waar zijn die Week-bezoekers dan ineens gebleven? Dat is me altijd een raadsel geweest.” Ravestein: “Ons ook…gek is en blijft het, maar laten we nu maar blij zijn met de dingen die we nu hebben…we gaan met 100 vrijwilligers er een fijn, sportief feest van maken…en we hopen dat we ook in de nabije toekomst kunnen kijken…In het Nederlandse sportlandschap hoort de Haarlemse Honkbal Week, zoals jij het noemt, thuis.” Ik: “Inderdaad, maar ik weet nog dat de finale op zondagmiddag live op de nationale televisie ging…zoals het toen hoorde en nu nog steeds.”